Hoog Mobielpunt versus Laag Mobielpunt in de aanvalsactie

In de motorische hoofdstijlen zien we verschillen in de mate waarin schouders en heupen met elkaar verbonden zijn. Er is sprake van:

  • Associatie – als schouder- en heupgordel simultaan bewegen
  • Dissociatie – als schouder- en heupgordel onafhankelijk van elkaar bewegen

 

Bij Associatie (SF en NT -volleyballers) is aan de bewegingszijde de schouder aan de heup verbonden. Beweegt de rechterheup naar voren, dan doet de rechterschouder dat ook, en als gevolg daarvan gaat de linkerschouder naar achteren. Schouders en heupen zijn als het ware met stangen met elkaar verbonden en bewegen zich als in een frame met min of meer vaste verhoudingen. Als je een vlak tussen de heupen en schouders tekent dan verandert dat vlak bij beweging nauwelijks van omvang of vorm, het roteert slechts rond de mediaanlijn.

De ST en NF -volleyballers, Dissociatie, bezitten een van grote mate van flexibiliteit in hun bewegingen. Dit wordt veroorzaakt doordat schouder, elleboog en heup aan dezelfde lichaamszijde onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen.

Associatie en Dissociatie zegt iets over de wijze waarop sporters een beweging om hun verticale as accelereren . Dat kan vanuit de heup of vanuit de schouder en heeft te maken met de plaats waar de wervelkolom het meest mobiel is, het Mobielpunt.

Het mobielpunt van de SF en NT -volleyballers ligt ter hoogte van de vijfde lendenwervel (L5). Bij deze spelers zorgt de heupgordel voor de versnelling en beweegt de schoudergordel mee. Dit noemen we heupstrategieHet Mobielpunt is Laag.

Bij ST en NF -volleyballers ligt het mobielpunt hoger in de wervelkolom, ter hoogte van de achtste en tiende borstwervel (TH8-TH10). Hierdoor zorgt de schoudergordel als accelerator van de beweging. De schoudergordel beweegt onafhankelijk van de heupgordel. Dit noemen we een schouderstrategie. Het Mobielpunt is Hoog.

Samenvattend:

Associatie     =          Laag Mobielpunt     =          SF – NT

Dissociatie    =          Hoog Mobielpunt   =          ST – NF

 

 Afbeelding : Mobielpunt Hoog – Laag (uit: Totaalcoachen XL)

Hoog Mobielpunt versus Laag Mobielpunt in de aanvalsactie

Bij aanvallers met een hoog mobielpunt (ST – NF) is er sprake van gedissocieerd bewegen. Zij hanteren een schouderstrategie om de versnelling van arm op de bal over te brengen. Ze slaan de bal vanuit de schouder, de heup worden niet ingezet. Zij slaan makkelijk ballen ‘over de schouder’.

Afbeeldingen: Slagactie Dissociatie schouder- en heupgordel – Hoog Mobielpunt (links Earvin ‘NGapeth, rechts Wilfredo Leon)

                 

 

                             

Afbeelding: Slagactie Associatie schouder- en heupgordel Laag Mobielpunt (links Bartosz Kurek, rechts Malwina Smarzek)

Aanvallers met een Laag Mobielpunt gebruiken hun heup aan de slagzijde om de versnelling naar de slagarm in te zetten.

Tips voor de trainers

  • Respecteer de motorische voorkeur van elke speler. Wanneer je een speler met een Laag Mobielpunt teveel belast met de bal ‘over de schouder’ te slaan, dan is dat vragen om een vervelende schouderblessure.
  • Aanwijzingen op heupinzet bij Hoog Mobielpunt spelers hebben geen zin. De versnelling van de arm komt uit de slagschouder. In combinatie met een ‘Pink- of Duimslag’ kan de impact op de bal zeer hoog zijn.