Verticale versus Horizontale motoriek in de aanvalsactie

We zijn niet allemaal op dezelfde manier met het doel van ons handelen verbonden. Er is namelijk een verschil tussen directe sporters en indirecte sporters.

Afbeelding: de dimensie Direct versus Indirect (uit: Totaalcoachen XL)

 

Directe Sporter                                                Indirecte Sporter

Volgorde in behoeften:

1.   oriëntatie:     verbondenheid met de intentie

2.   differentiatie:  afwegen van de situatie in de beweging

–  is van nature rechtstreeks met de intentie verbonden;

–  wil impact creëren, daagt uit en beweegt weg als het nodig is;

–  heeft de actie nodig om genuanceerde afwegingen te maken (verwerkt de informatie in de actie).

– geef aanwijzingen primair op de intentie

Volgorde in behoeften:

1.    differentiatie:             afwegen van de situatie

2.    oriëntatie:   verbondenheid met de intentie

–  wil eerst de nuances van de situatie afwegen;

–  heeft deze legitimatie nodig om naar de intentie te gaan;

–  behoefte om te vergelijken en te differentiëren om zo naar de beste situatie te zoeken om van daaruit naar de intentie te gaan (positioneert eerst)

– geef aanwijzingen primair op de situatie

– Hebben in hun profiel:

        I..J of E..P

– Hebben in hun profiel:

        E..J of I..P

 

Behoeften samengevat
direct indirect

I..J = kalm en snel beslissen

(met gevaar van te snel beslissen)

I..P = kalm en intern ritme

(met gevaar van te laat zijn)

E..P = actie en ritme

(met gevaar van te haastig handelen)

E..J = actie en snel beslissen

(met gevaar van blessures)

 

Veel resultaten van onderzoeken in de sport berusten op gemiddelden. Met een beetje pech is de uitkomst op niemand van toepassing.

Directe sporters zijn rechtstreeks verbonden met de intentie (doel) van hun handelen. De context telt hier niet mee, deze spelers gaan rechtstreeks voor hun actie of idee. Zij willen impact creëren, dagen uit en bewegen pas weg als dat nodig is.

Indirecte sporters bekijken eerst de context en van daaruit besluiten ze hoe en wanneer ze naar hun intentie (doel) gaan. Zij bekijken de situatie en van daaruit proberen ze door middel van een betere uitgangspositie hun doel te bereiken.

De founders van ActionTypes (Théraulaz en Hippolyte) ontdekten een relatie tussen beide cognitieve voorkeuren en de motoriek. Een directe volleyballer hangt bij zijn smash rechtop in de lucht, wat duidt op een verticale motoriek. Deze speler brengt bij de inzet van zijn slagactie zijn elleboog langs zijn oor naar voren. Een verticale aanvaller heeft een voorkeur voor een bal met een wat ruime balbaan, dit noemen we een “puntset”.

Een indirecte aanvaller hangt meer opzij in de lucht, hetgeen duidt op een horizontale motoriek. Bij de inzet van de slagactie wijst bij deze speler wijst de elleboog naar buiten. De indirecte aanvaller heeft een voorkeur voor een snelle, vlakkere horizontale set-up, de “lijnset”

Cognitie Motoriek
Directe sporters Verticale Motoriek
Indirecte sporters Horizontale Motoriek

 

       
Afbeeldingen : verticale motoriek: Robin de Kruijff en Lonneke Sloetjes

Afbeeldingen : horizontale motoriek: Nika Daalderop en Bartosz Kurek

Een extra dimensie in de afbeeldingen van Daalderop en Kurek zijn de witte lijnen. Beide geven aan met welk oog de betreffende speelster en speler de aanvalsactie inzet. De gevolgen voor de positie van het hoofd zijn duidelijk zichtbaar. Meer informatie hierover in de volgende blog.

De voorkeursrichting van de verticale of horizontale motoriek is niet te veranderen. Als coach dien je daarom altijd aan te sluiten bij de motoriek van je sporters.